Behandelingsmogelijkheden
De behandeling van een ptosis van het bovenooglid is meestal operatief. Bij deze zogenaamde ptosiscorrectie wordt via een sneetje in het bovenooglid het peesje van de spier die het ooglid omhoog trekt opgezocht. Dit peesje wordt vervolgens ingekort zodat de het ooglid hoger komt te staan. Tijdens de operatie zal de arts u vragen de ogen te openen om de verbetering van de oogstand te controleren. Regelmatig wordt tijdens de operatie ook een blepharoplastiek uitgevoerd.Bij de correctie van een ptosis van het bovenooglid wordt het ooglid maar een klein beetje (2 tot 4 mm) hoger worden gezet. Bovendien mag de ooglidsluiting niet worden beperkt.
Mogelijke risico’s en complicaties
Uw oogarts zal van tevoren bekijken of het oog hinder van deze ingreep kan ondervinden. Bij droge ogen of een slechte ooglidfunctie kan dit het geval zijn en zal de oogarts de operatie afraden. Bovendien zijn er enkele zeldzame vormen van ptosis die de oogarts moet uitsluiten.
Bij elke operatie bestaat het risico van nabloeding en infectie, maar bij operaties aan de oogleden komt dit zelden voor. Om een nabloeding te voorkomen, adviseren wij u vooraf en vlak na de ingreep geen bloedverdunnende middelen en/of sommige pijnstillers te gebruiken, zoals aspirine (acetylsalicylzuur).
Hoewel de oogarts tijdens de operatie de stand van het ooglid controleert, zal de genezing ook van invloed zijn op de stand van het bovenooglid. Deze factoren maken dat er altijd een bepaalde onzekerheid bestaat over de precieze de eindpositie van het ooglid: bij 10-15% van de patiënten kan het bovenooglid iets te laag of juist iets te hoog staan. Ook de vorm van het ooglid kan licht veranderen. Een nacorrectie is overigens lang niet altijd nodig.
Volgende

